Boekbespreking

swalmendeoctopus2014

Foto: Basisschool de Octopus in Swalmen (Limburg), Kinderboekenweek 2014

Omdat ik heel vaak mail krijg van lezers die hun boekbespreking over een van mijn boeken willen houden, geef ik hier een paar sites waar je meer informatie kunt vinden:

leesplein.nl (klik op: www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=2&sm=1&id=6831)

Wikipedia (klik op: nl.wikipedia.org/wiki/Manon_Sikkel)

http://www.manonsikkel.nl Op de homepage van deze site zie je de kaften van alle kinderboeken die ik heb geschreven. Het is mijn bedoeling om bij elk boek wat tips te geven voor een boekbespreking. Klik op het plaatje en dan krijg je tips van mij over precies dat boek.

En hier nog wat vragen die ik aan andere boekbesprekers heb gegeven. (Iedereen die zijn of haar boekbespreking over Izzylove heeft gehouden kreeg een acht, een negen en zelfs een tien!)

Naam: Manon Sikkel
Geboren: 15 september 1965 in Raamsdonk
Opgegroeid in: Hilversum
School: Gemeentelijk Gymnasium Hilversum
Universiteit: Psychologie aan de Univesriteit van Amsterdam
Gestudeerd aan de London School of Economics
Woont afwisselend in Amsterdam en Voorst met man en twee kinderen (Maria en Laszlo) plus twee stiefkinderen (Noam en Lucie).

Ik ben afgestudeerd als psycholoog en ben al jaren lang journalist en schrijver. Vroeger schreef ik voor het Parool, Viva, Sjors en Sjimmie Stripblad en Flair en ik heb jaren lang de kinderpagina’s van Natuurbehoud geschreven. Ook ben ik op een blauwe maandag hoofdredactrice van Kidsweek geweest, maar daar hield ik na twee weken al mee op omdat ik het toch niet zo leuk vond als zelf schrijven.
Ik heb de laatste jaren heel veel boeken geschreven voor volwassenen. Kookboeken, psychologieboeken en interviewboeken. Izzylove was mijn eerste jeugdroman.

Mijn overgrootvader was vroeger ook schrijver (van liedjes) en mijn oma kon heel goed verhalen vertellen. Ze vertelde mij altijd heel veel verhalen voor ik ging slapen. Helaas ben ik ze allemaal vergeten, maar ik denk wel dat ik mijn talent om verhalen te vertellen en op te schrijven van mijn oma en overgrootvader heb geërfd.
Ik geloof niet dat ik vroeger schrijver wilde worden, maar ik heb wel altijd, zo lang als ik me kan herinneren verhaaltjes geschreven. Toen ik zeven was, was er een verhalenwedstrijd bij mij op school. Samen met een ander meisje zat ik bij de laatste twee. De kinderen in de klas mochten kiezen welk verhaal ze het leukst vonden. Mijn concurrente had een verhaal met heel veel mooie woorden, zoals de witte sneeuwvlokken dwarrelden en zo. Ik weet niet meer waar mijn verhaal over ging, maar ik had het geschreven op heel mooi gekleurd postpapier dat ik van mijn moeder had gekregen en toen dacht ik dat dat de reden was dat ik de schrijfwedstrijd won.
Toen ik op de middelbare school zat deed ik ook wel eens mee aan schrijfwedstrijden en bijna altijd won ik de eerste prijs. Maar ik vond het zo eng om zo’n persoonlijk verhaal te schrijven, dat ik mijn prijs nooit ophaalde.
Toen ik 21 was schreef ik samen met mijn vriend een psychologieboekje. Ik voelde me toen een echte schrijver. Later, toen ik nog meer boeken had geschreven durfde ik nooit te zeggen dat ik schrijver was omdat echte schrijvers hele moeilijke boeken schreven, dacht ik.
Pas toen ik Izzylove ging schrijven, mijn eerste jeugdroman, voelde ik me een echte schrijver. Nu wil ik nooit meer iets anders doen.
Twee dagen in de week werk ik als redactrice bij het tijdschrift Psychologie Magazine. Ik vind dat heel erg leuk. Kinderboeken schrijven vind ik net zo leuk en ik hoop dat ik het voortaan kan combineren.
Ik heb al meer dan 40 boeken geschreven, waarvan ongeveer tien kinderboeken.
Het meeste in het boek is verzonnen, maar heel soms hoor ik een verhaal dat zo grappig is, dat ik het wel gebruik. Zoals de man die zijn tenen kwijt raakte onder een maaimachine, dat is echt gebeurd. En de vriendin van mijn moeder had vroeger een vriendje in haar kast verstopt. Dat vond ik altijd zo’n stoer verhaal, dat ik het ook heb gebruikt.
Mijn kinderen lezen mijn boeken voor ik het naar de uitgever stuur en ze helpen me daar enorm mee. Soms staan er dingen in die kinderen van hun leeftijd helemaal niet zouden zeggen volgens hen. Die haal ik er dan maar snel uit. Ik heb ze wel moeten beloven dat ik niets uit hun eigen leven in het boek verwerk.
Ik vind het leuk om over de liefde te schrijven en over vriendschap. Maar omdat ik psycholoog ben vind ik het ook leuk om te schrijven over alles wat er in je hoofd gebeurt. Wat er gebeurt als je verliefd bent bijvoorbeeld of als je ruzie hebt. Maar natuurlijk hou ik er ook van om spannende verhalen te verzinnen. In de Izzylove-reeks (ik ga een heleboel boeken schrijven!) probeer ik spannende verhalen en psychologische dingetjes te combineren.
De Elvis Watt-boeken heb ik geschreven omdat ik zag dat mijn eigen kinderen altijd naar rijke mensen keken en hun dure huizen. Dan probeerde ik ze uit te leggen dat wij ook rijk zijn. Dat heel veel mensen in Nederland rijk zijn. Omdat we naar school kunnen, kunnen eten en bijna allemaal een huis hebben om in te wonen.
Ik heb geen huisdieren. Mijn kinderen willen het heel graag en ik hou ook erg van honden, maar ik vind het een beetje zielig om huisdieren te houden als je in een grote stad woont. Mijn broer woont op het platteland en heeft drie honden. Die komen vaak logeren. Dan ga ik lange wandelingen met ze maken. En tijdens het wandelen verzin ik dan weer nieuwe verhalen. Toen ik klein was hadden we ook altijd een hond en verzon ik wel duizend verhalen tijdens het uitlaten. Misschien zijn mijn boeken toen al in mijn hoofd ontstaan.

Ik krijg heel vaak vragen van lezers over hoe je schrijver moet worden. Dan zeg ik dat dat heel makkelijk is. Het enige wat je hoeft te doen is heeeeeel veel oefenen. Zo heb ik zelf van mijn zevende tot mijn zevenentwintigste een dagboek bijgehouden. Daarin schreef ik elke dag wat ik meemaakte. Ik heb het nooit meer teruggelezen, maar het heeft wel geholpen om te leren schrijven denk ik.

Ik ben blij dat mijn boeken zo’n groot succes zijn. Niet omdat ik er veel geld mee wil verdienen (natuurlijk wil ik dat, haha), maar omdat ik nu de boeken schrijf die ik als kind zelf graag had willen lezen. Over liefde en vriendschap en over familie. Boeken waarbij je kunt wegdromen en waar je ook nog wat van leert. Toen ik het boek aan mijn beste vriendin gaf, deed ze het open en zei: ‘Ik wou dat wij vroeger zo’n boek hadden gehad.’

Vragen:

Vraag 1. waarom bent u schrijfster geworden??
Ik heb al heel erg veel boeken geschreven over van alles en nog wat, maar ik had nog nooit een kinderboek geschreven. Een jaar geleden was mijn eigen dochter elf en toen leek het me opeens leuk om een boek te schrijven voor kinderen van haar leeftijd om uit te leggen wat er allemaal in je hoofd gebeurt als je verliefd bent. Ik ben zelf psycholoog en ik weet daar best veel van af. Maar toen ik ging schrijven, leek het me wel leuk om alles wat ik wist te verpakken in een spannend verhaal en toen vond ik dat zo leuk, dat het vanzelf een gewoon leesboek werd. En nu wil ik nooit meer iets anders doen omdat ik het zooooo leuk vind om voor kinderen te schrijven, veel leuker dan schrijven voor grote mensen, die weten toch al alles-)

Vraag 2.waar bent u geboren en opgegroeid en op welke dag en welk jaar?
Ik ben geboren op 15 september 1965. Mijn familie komt al sinds de middeleeuwen uit Amsterdam of Den Haag, maar het leek mijn ouders wel leuk om met zo’n baby op het platteland te gaan wonen. Daarom verhuisden ze naar een piepklein dorpje in Brabant. Daar ben ik geboren. Toen ik drie was verhuisde ik naar Hilversum. Daar heb ik tot mijn achttiende gewoond, daarna ben ik naar Parijs en Londen verhuisd en daarna naar Amsterdam. Daar woon ik nog steeds en ik ga hier ook nooit meer weg.

Vraag 3. Hou oud bent u?
Ik ben 49, ik zie eruit als 48, ik voel me soms 50, maar in mijn hoofd ben ik eeuwig 9:)

Vraag 4. Wat vindt u het leukst aan schrijfster te zijn en het minst leuk?
Het minst leuke…. eh….. eigenlijk niks. Het leukste is dat ik al sinds ik zeven ben elke dag verhaaltjes verzin in mijn hoofd. Vroeger bleven die verhaaltjes daar en nu mag ik ze lekker allemaal opschrijven. Dat is zo leuk, dat ik mag doen wat ik al mijn hele leven doe.

Vraag 5. Wilde u altijd al schrijfster worden?
Nee, ik had er nooit aan gedacht. Mijn vrienden zeiden altijd dat ik een keer een boek moest schrijven omdat ik wel eens verhalen vertelde en dat vonden ze zo leuk. Ik heb heel veel boeken geschreven, maar nu, pas sinds zes maanden, durf ik mezelf echt schrijfster te noemen. Ik ben wel een beetje verbaasd dat ik dit zo leuk vind.

Vraag 6. Heeft u ook andere boeken geschreven voor volwassenen zo ja noem er A.U.B een paar.
‘Ik mis alleen de Hema,’ ‘Domweg gelukkig op het platteland,’ ‘De huisarts die liever stukadoor was,’ ‘Au eerste hulp bij kinderziekten,’ ‘Oerhollands, de nieuwe keuken,’ ‘In de soep,’ ‘Jongleren’ en nog een heleboel boeken.

Vraag 7. Waarom bent u uiteindelijk kinder/puber schrijfster geworden?
Zie vraag 1.

Vraag 8. Heeft u een grootte fan of is iemand u voorbeeld?
Mijn grote voorbeeld was mijn grootmoeder. Haar vader was ook schrijver, maar dan van liedjes. Een van de liedjes die hij heeft geschreven is een paar jaar geleden uitgeroepen tot een van de tien mooiste straatliederen van alle tijden (werkeloze handen). Mijn overgrootvader ging dood toen ik vijf was, maar mijn grootmoeder vertelde altijd heel veel over hem. Zij kon, net als haar vader heel goed verhalen vertellen. Mijn moeder kon dat ook, dus misschien heb ik dat talent wel gewoon van mijn overgrootvader, via mijn oma, van mijn moeder gekregen. Daar ben ik heel blij om.
Van de beroemde schrijvers ben ik een fan van Roald Dahl. Ik vind hem de allerbeste kinderboekenschrijver die ik ken. Mijn lievelingsboek is Mathilda, dat heb ik – in het Engels- wel tien keer gelezen.
Wat ik ook een prachtig boek vind is ‘Op zoek naar Violet Park’ van Jenny Valentine. Het is absoluut het mooiste boek dat ik dit jaar heb gelezen!

Vraag 9. Wat is u schrijftechniek? Gaat u B.V.B. aan tafel zitten en iets bedenken of als je rond fiets en dan zie je misschien iets en daar ga je dan iets over bedenken maar je hebt ook andere mogelijkheden hoor en ik wil graag die van u weten…
Ik ga eerst heel lang nadenken. Gewoon op de fiets of als ik wandel of op vakantie ben. Ik heb een klein boekje bij me waar ik dan aantekeningen in maak, of ik maak een notitie in mijn iphone. Maar gek genoeg gebruik ik die aantekeningen vervolgens helemaal niet. Maar ondertussen begint in mijn hoofd het hele verhaal zich af te spelen. Als het in mijn hoofd af is (zo na twee, drie maanden), ga ik wat tekeningetjes maken zodat er een beeld komt bij wat er in mijn hoofd zit en dan ga ik gewoon schrijven. Dan gaat het helemaal vanzelf. Soms gooi ik een stukje tekst weg, maar tot nu toe was ik blij met alles wat ik schreef. Als het hele manuscript af is, leest mijn dochter het nog een keer, dan de uitgeefster, de redacteur op de uitgeverij en dan lees ik het nog een paar keer door en dan is het af.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Als je nog meer vragen hebt, kun je me altijd mailen op manonsikkel@hotmail.com. Ik mail altijd terug!

Advertenties